Onrustige start nieuwe raadsperiode

Op vrijdag 31 juli hield Leefbaar Alkmaar de traditionele teambuildingsbijeenkomst in Stadskaffee Laurens. Fractievoorzitter John Hagens hield een terugblik op de eerste maanden van de nieuwe raadsperiode.

De nieuwe Alkmaarse gemeenteraad heeft een bijzonder onrustige start gekend. De eerste maanden na de verkiezingen werden niet alleen bepaald door de vorming van een nieuw college, maar vooral door een opeenvolging van politieke conflicten rond asielopvang, gebrekkige informatievoorziening, politieke omgangsvormen en de financiële toekomst van de gemeente.

Na de verkiezingen kwam een coalitie tot stand van PRO/GroenLinks-PvdA, D66, VVD en CDA. Deze vier partijen beschikken samen over 21 van de 39 raadszetels. BAS en OPA, die in de vorige bestuursperiode deel uitmaakten van het college, belandden daardoor in de oppositie. Ook Forum voor Democratie, SeniorenPartij Alkmaar, Leefbaar Alkmaar, SP en nieuwkomer Status Quo maken geen deel uit van het nieuwe gemeentebestuur. Het college trad begin juni aan met zes wethouders.

Hoewel deze machtswisseling de politieke achtergrond vormt, werd de eerste periode vooral gekenmerkt door een reeks incidenten en conflicten. De zwaarste crisis ontstond rond de plaatsing van 54 statushouders in Hotel Alkmaar. Aanvankelijk werd vanuit het college het beeld geschetst dat de gemeente vrijwel volledig door het COA was overvallen. Uit een later gerectificeerde tijdlijn en vrijgegeven interne documenten bleek echter dat verantwoordelijk wethouder Christian Schouten al begin maart op de hoogte was van concrete plannen voor het hotel, inclusief het beoogde aantal bewoners.

Die informatie was niet volledig gedeeld met zijn collega-wethouders en de gemeenteraad. Christian Schouten erkende dat hij een ernstige inschattingsfout had gemaakt en diende op 11 mei zijn ontslag in. Het college nam vervolgens afstand van zijn handelen en stelde vast dat raad en college onvolledig en op onderdelen onjuist waren geïnformeerd. Hierdoor ging de discussie al snel niet meer uitsluitend over de opvang van statushouders. De kwestie groeide uit tot een vertrouwenscrisis over de betrouwbaarheid van het gemeentebestuur en de grondwettelijke plicht van het college om de gemeenteraad tijdig, juist en volledig te informeren.

In mei ontstond commotie over een achttienjarig commissielid van Forum voor Democratie. Op sociale media had hij onder meer een gebaar gemaakt dat internationaal wordt herkend als een zogenoemd white power-teken. Ook kwamen een bericht met de tekst ‘Europe will be white again’, een verwijzing naar de SS en het gebruik van de Prinsenvlag als achtergrondafbeelding naar buiten. Het commissielid en Forum voor Democratie ontkenden dat hij een extreemrechtse bedoeling had. De berichten en afbeeldingen werden echter verwijderd en het commissielid legde uiteindelijk zijn functie in de Alkmaarse gemeenteraad neer. Het incident riep vragen op over politieke grenzen, de verantwoordelijkheid van partijen voor hun vertegenwoordigers en de mate waarin de gemeenteraad afstand moet nemen van racistische, neonazistische en andere verwerpelijke ideologieën.

Kort daarna ontstond opnieuw grote politieke onrust over asielopvang. Een groep van dertig alleenstaande minderjarige vluchtelingen moest plotseling vertrekken uit een opvanglocatie in Egmond-Binnen, nadat daar tijdens werkzaamheden asbest was aangetroffen. Het ging om meisjes tussen de vijftien en achttien jaar oud. Onder hen waren twee zwangere meisjes en met de groep reisden ook een baby en een peuter mee. Omdat de locatie niet meer veilig kon worden gebruikt, werden zij voor ongeveer een week ondergebracht in Hotel De Rijper Eilanden in De Rijp. Daarna verhuisde de groep naar een hotel in de gemeente Bergen.

Ondanks het acute en tijdelijke karakter van deze noodopvang ontstond hierover een zeer fel debat in de Alkmaarse gemeenteraad. FvD, BAS, SPA en OPA vroegen waarom Alkmaar de meisjes moest opvangen en waarom de gemeente Bergen niet onmiddellijk zelf een andere locatie had geregeld. Andere partijen benadrukten dat het om kwetsbare minderjarige meisjes in een acute noodsituatie ging en dat voorkomen moest worden dat zij zonder onderdak kwamen te zitten. De discussie liep zo hoog op dat na beschuldigingen over en weer een schorsing nodig was. Een beschuldiging dat weerstand tegen de opvang mogelijk met de huidskleur van de meisjes samenhing, werd later ingetrokken. Burgemeester Anja Schouten beëindigde de vergadering uiteindelijk voortijdig, omdat de emoties te hoog waren opgelopen.

Eind juni volgde opnieuw een spoeddebat over asiel en informatievoorziening. Aanleiding was een ernstige zedenzaak waarbij een dertienjarig meisje was verkracht door een bewoner van het Alkmaarse asielzoekerscentrum. Verschillende fracties waren verontwaardigd dat zij pas via de media van de zaak hadden gehoord.

Burgemeester Schouten verklaarde dat zij de raad niet eerder actief kon informeren. Volgens haar was er destijds geen verstoring van de openbare orde of aantoonbare maatschappelijke onrust en bepaalde het Openbaar Ministerie welke informatie over het strafrechtelijke onderzoek kon worden gedeeld. De gemeenteraad bleek verdeeld over de vraag of de burgemeester juridisch meer had kunnen doen of dat van haar ten minste een actievere bestuurlijke houding mocht worden verwacht. De verdachte werd op 7 juli veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf.

Deze zaak verschilde wezenlijk van Hotel Alkmaar. Bij Hotel Alkmaar was aantoonbaar concrete informatie achtergehouden. Bij de zedenzaak was vooral sprake van een discussie over de juridische mogelijkheden en grenzen van actieve informatieverstrekking. Toch werden beide kwesties politiek regelmatig met elkaar verbonden.

In juli ontstond opnieuw onrust toen BAS, OPA, FvD en SeniorenPartij Alkmaar gezamenlijk vragen stelden over een ‘hardnekkig gerucht’ dat het gebouw van het Stedelijk Dalton College in De Mare in de toekomst mogelijk als asielopvang zou worden gebruikt. Het college antwoordde dat het helemaal niet bekend was met dit gerucht. Er waren geen gesprekken gevoerd, geen verkennende contacten geweest en geen afspraken gemaakt met het COA, het Rijk, de eigenaar van het gebouw of andere partijen. Het gebouw was dus niet als opvanglocatie in beeld en er was ook nog nooit over gesproken.

De kwestie laat zien hoe gevoelig het asielonderwerp inmiddels in Alkmaar is geworden. Op basis van een onbevestigd gerucht werden al dringende raadsvragen gesteld en werd gevraagd om politieke behandeling, terwijl er feitelijk geen plan, onderzoek of overleg bestond.

In de eerste maanden is een herkenbaar oppositieblok ontstaan van BAS, OPA, FvD en SeniorenPartij Alkmaar. Deze partijen richten zich sterk op asielopvang en de informatievoorziening aan de raad. Bij Hotel Alkmaar was de kritiek op de informatievoorziening nog deels terecht, zoals later ook is gebleken, maar bij andere kwesties, zoals het Dalton College, werd er politieke druk opgebouwd rond een situatie die in werkelijkheid niet bestond.

Duidelijk is dat BAS, OPA, FvD en SeniorenPartij Alkmaar iedere feitelijke of zelfs mogelijke ontwikkeling rond asielopvang aangrijpen om het college onder druk te zetten en opvang in Alkmaar zoveel mogelijk te bemoeilijken, te beperken of zelfs te blokkeren. Terwijl toch volstrekt duidelijk is dat Alkmaar niet voldoet aan de landelijk van kracht zijnde Spreidingswet.

Leefbaar Alkmaar heeft in deze turbulente eerste maanden een andere oppositierol gekozen. De partij heeft zich niet aangesloten bij iedere poging om van een gerucht, incident of acute noodsituatie direct een politieke crisis te maken. Leefbaar Alkmaar heeft het college gesteund waar sprake was van een wettelijke verantwoordelijkheid, een noodzakelijke humanitaire oplossing of een voorstel dat aantoonbaar in het belang van Alkmaar was.

Tegelijkertijd betekent constructief oppositie voeren niet dat het college een blanco cheque krijgt. Leefbaar Alkmaar heeft duidelijk gemaakt het nieuwe coalitieakkoord te beoordelen op de uitvoering en op concrete resultaten voor inwoners, ondernemers, dorpen en wijken. De partij steunt plannen die bijdragen aan leefbaarheid, betaalbaar wonen, veiligheid, goede voorzieningen en een betrouwbare overheid, maar stelt kritische vragen wanneer beloften vaag blijven, plannen onvoldoende zijn gedekt of inwoners niet goed worden geïnformeerd. Daarmee heeft Leefbaar Alkmaar tot dusver een fatsoenlijke en evenwichtige positie ingenomen: niet automatisch tegen omdat de partij in de oppositie zit, maar ook niet kritiekloos voor. De inhoud van een voorstel en het belang van Alkmaar staan voorop.

Naast de conflicten rond asiel en informatievoorziening heeft Leefbaar Alkmaar vooral aandacht gevraagd voor de financiële ontwikkeling van de gemeente. De partij stelt nadrukkelijk niet dat Alkmaar financieel op omvallen staat. Wel zijn er volgens Leefbaar Alkmaar duidelijke waarschuwingssignalen die niet mogen worden genegeerd.

De gemeentelijke begroting voor 2026 is weliswaar sluitend, maar voor de jaren daarna zijn opnieuw tekorten voorzien. In de programmabegroting liep het geraamde tekort op tot ongeveer € 8,1 miljoen in 2029. Ook worden reserves gebruikt om lasten en tijdelijke maatregelen te dekken. De officiële begrotingsstukken laten voor verschillende jaren aanzienlijke onttrekkingen aan de reserves zien.

Leefbaar Alkmaar heeft daarom gewaarschuwd dat structurele uitgaven uiteindelijk ook structureel moeten worden gedekt. Reserves zijn nuttig als buffer voor tegenvallers, investeringen en tijdelijke uitgaven, maar kunnen niet onbeperkt als vaste betaalrekening worden gebruikt. Ook de ontwikkeling van de schuld vraagt aandacht, omdat rente en aflossing toekomstige begrotingsruimte beperken.

De boodschap van Leefbaar Alkmaar is dat keuzes beter nu kunnen worden gemaakt dan pas wanneer de provincie ingrijpt, plotseling fors moet worden bezuinigd of de lokale lasten in één keer sterk moeten worden verhoogd. Alkmaar hoeft volgens de partij niet per se de goedkoopste gemeente te zijn. Belangrijker is dat Alkmaar financieel gezond blijft en voldoende geld beschikbaar houdt voor onderhoud, veiligheid, woningbouw, zorg, sport, cultuur, wijken en dorpen.

De eerste maanden na de verkiezingen laten daarmee drie grote ontwikkelingen zien. Ten eerste is het vertrouwen in de informatievoorziening door het gemeentebestuur beschadigd, vooral door de affaire rond Hotel Alkmaar. Ten tweede is asielopvang het belangrijkste politieke strijdtoneel geworden. BAS, OPA, FvD en de SeniorenPartij Alkmaar kiezen daarbij voor een harde en sterk confronterende oppositielijn. Dat leidt soms tot terechte vragen, maar ook tot politieke onrust, commotie rond noodsituaties en onbevestigde geruchten. Ten derde heeft Leefbaar Alkmaar gekozen voor een inhoudelijke, constructieve en fatsoenlijke oppositierol. De partij steunt het college wanneer dat nodig en verantwoord is, maar waarschuwt tegelijkertijd voor bestuurlijke kwetsbaarheden en voor het risico dat de gemeente moeilijke financiële keuzes te lang voor zich uitschuift.

De nieuwe Alkmaarse raad heeft in enkele maanden al uitzonderlijk veel politieke onrust meegemaakt: een wethouder trad af, het college raakte verwikkeld in een vertrouwenscrisis, een FvD-commissielid moest vertrekken na extreemrechtse uitingen, een debat over kwetsbare minderjarige meisjes ontspoorde, een ernstige zedenzaak leidde tot een spoeddebat en een onbevestigd gerucht over een schoolgebouw werd tot een politiek onderwerp gemaakt.

In dit gepolariseerde klimaat probeert Leefbaar Alkmaar een andere koers te varen: zakelijk waar het kan, kritisch waar het moet. Maar wel steeds bereid om voorstellen van het college op hun inhoud te beoordelen. Tegelijkertijd heeft de partij een onderwerp op de agenda gezet dat door de dagelijkse politieke conflicten gemakkelijk ondergesneeuwd dreigt te raken: de financiële houdbaarheid van het gemeentelijke beleid.

Daarmee beperkt de belangrijkste politieke vraag zich niet tot asielopvang en informatievoorziening. De vraag is ook of Alkmaar bereid is tijdig keuzes te maken, zodat ambities, structurele uitgaven, reserves, schulden en inkomsten opnieuw duurzaam met elkaar in balans worden gebracht.